Het christendom is de religie die gebaseerd is op het leven van Jezus van Nazareth zoals dit wordt beschreven in het Nieuwe Testament. Centraal staan Zijn prediking, kruisdood en verrijzenis. Het christendom is een monotheïstische godsdienst; christenen belijden het geloof in één God in drie personen bestaande uit God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest en noemen dit de heilige drie-eenheid. Deze drie Personen (personae) zijn te onderscheiden, maar zijn niet te scheiden van elkaar. De christenen geloven dat Jezus de zoon van God is en de Messias die voorspeld en aangekondigd werd in het Oude Testament.
Christus als goede herder, 2e eeuw, Museo Epigrafico, RomeIn de loop der tijd is binnen het christendom een westerse en een oosterse traditie ontstaan. Tot de westerse traditie behoren het rooms-katholicisme en het daaruit ontstane protestantisme. Tot de oosterse traditie behoren enerzijds de Oriëntaalsorthodoxe Kerken die afstand namen van het Concilie van Chalcedon (451) en anderzijds de Oosters-orthodoxe Kerken, die ontstaan zijn na het schisma van 1054 en die theologisch nauwelijks afwijken van het rooms-katholicisme.
Het christendom is een wereldgodsdienst en heeft de meeste aanhangers van alle religies. Circa een derde van de wereldbevolking is christen, wat neerkomt op ongeveer twee miljard mensen.
Volgens de christelijke doctrine heeft God Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus naar de wereld gezonden om de mensheid te bevrijden van de vloek van de zonde. Jezus is zowel God als mens. Dit dogma werd vastgelegd in de twee-naturenleer. Tevens is Hij de Tweede Persoon van de goddelijke Drie-eenheid.
De christenen geloven, naar de traditie van het jodendom, in de God van Abraham, Izak en Jacob, de 'Ik Ben', de schepper van hemel en aarde, die transcendent en tegelijkertijd immanent is. Voorts geloven zij dat met de eerste mens de zonde in de wereld is gekomen en dat ieder mens zondig is; zij geloven ook dat de zonde scheiding brengt tussen God en de mens, dat de enige manier om weer met God in het reine te komen het geloof is in het 'volbrachte werk van Jezus', zijn lijden en sterven aan het kruis, waarbij hij als de volmaakte mens en Zoon van God, de schuld van de mensen op zich nam en hen weer met God verzoende. Tot de kern van het christelijke geloof hoort ook het geloof in de lichamelijke opstanding van Jezus uit de dood, zijn hemelvaart en zijn terugkomst naar de aarde.
Geloof in de Zoon van God, in zijn dood aan het kruis en zijn lichamelijke opstanding op de derde dag wordt gezien als essentieel om het eeuwig leven te verwerven. Hiermee wordt het eeuwig leven in de hemel, in de nabijheid van God bedoeld.
Dit geloof veronderstelt gehoorzaamheid aan God. Jezus zelf zei dat het belangrijkste goddelijke gebod is: Heb God lief boven alles en uw naaste (de medemens) als uzelf.
Het geheel van de essentiële elementen van het christelijk geloof wordt ook wel het evangelie genoemd.
De Rooms-katholieke Kerk legt de nadruk niet alleen op het gezag van de Bijbel als woord van God, maar ook op de traditie. De Kerk speelt een heilsbemiddelende rol tussen God en mens. Het gebod van eenheid in het geloof vindt binnen het katholicisme uitdrukking in de taak van de hiërarchie.
De protestants-christelijke traditie onderstreept het Sola Fide (rechtvaardiging door geloof alleen) en Sola Scriptura (alleen het woord van God (de Bijbel) als gezaghebbend). In de protestantse kerken bestaat geen equivalent van de paus als teken van eenheid en de rol van kerkelijke ambtsdragers is verkondigend en pastoraal, maar niet sacramenteel.
Ook het belang en de theologische invulling die aan de sacramenten wordt toegekend is verschillend. Een voorbeeld is de katholieke en oosters-orthodoxe eucharistie tegenover het protestantse Heilig Avondmaal.
In alle tijden hebben verschillende theologische opvattingen bestaan over de natuur van Christus en over de vraag hoe letterlijk de Bijbelse verhalen genomen moeten worden.
Zij die de Bijbel letterlijk nemen geloven dat Jezus Christus geboren werd uit een jonge, maagdelijke vrouw, Maria, dat hij bij haar verwekt was door de heilige Geest van God; dat hij een zondeloos leven leefde, mensen van allerlei ziekten genas, doden opwekte; dat hij demonen uitdreef en dat hij stormen bedaarde; dat hij water in wijn veranderde, duizenden mensen met een paar broden voedde en dat zijn uitspraak Ik ben de weg, de waarheid en het leven letterlijk te nemen is.
Sinds het rationalisme en de verlichting hun intrede deden, zijn veel mensen anders tegen Bijbelverhalen gaan aankijken: men ziet ze als symbolische verhalen, die waarheid bevatten. Of men laat in het midden of ze waar zijn of niet en hecht er alleen een symbolische betekenis aan. Dit beperkt zich niet tot het Nieuwe Testament; ook het scheppingsverhaal en andere verhalen uit het Oude Testament worden op die manier uitgelegd. Een hedendaagse opvatting benadert de Bijbel op meerdere manieren tegelijk. Een verhaal omvat zowel een historische kern als een symbolische betekenis. In veel moderne Bijbelgroepen probeert men die werkelijkheid in het heden te herkennen en zo de betekenis voor het eigen leven op het spoor te komen.
Volgens de christelijke traditie hebben vier van Christus' volgelingen, discipelen een verslag van zijn afkomst, geboorte, leven, sterven, opstanding en hemelvaart neergeschreven in de vier zogeheten evangeliën, die zijn opgenomen in wat men noemt het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament bevat ook de Handelingen van de Apostelen, een aantal brieven van onder meer de apostel Paulus aan verschillende christengemeenten en het profetische boek Openbaring.
Het Nieuwe Testament vormt samen met het Oude Testament voor de christenen de Bijbel.
De kerken van de Reformatie volgen sinds hun ontstaan een eigen canon van het Oude Testament. Zij erkennen niet de Deuterocanonieke boeken.