Het Weesgegroet (Latijn: Ave Maria) is een gebed gericht aan de Heilge Maagd Maria, de moeder van Jezus Christus.
In de vijfde eeuw van onze jaartelling verkondigde bisschop Nestorius dat het streng verboden zou moeten zijn om Maria de "moeder van God" te noemen. De inwoners van Constantinopel waren hierover hevig verontrust en beschouwden deze uitspraak als lastering. De gehele stad was bedroefd en vol onwil; men was diep gekwetst door deze belediging aan het adres van de moeder van God.
Naar aanleiding van deze affaire werd er te Ephese een concilie belegd, onder leiding van Cyrillus, de patriarch van Alexandrië. Tot grote vreugde van het volk, dat zich in ongeduldige afwachting voor de conciliekerk had verzameld, werd Nestorius in het ongelijk gesteld door de aanhangers van Cyrillus, die het concilie hadden geopend voordat Nestorius en zijn aanhangers er waren gearriveerd. De meer dan tweehonderd aanwezige bisschoppen werden uitbundig toegejuicht en er volgde een groot feest ter verheerlijking van Maria.
Het was ter gelegenheid van dit concilie, dat men aan de begroetingswoorden van de aartsengel Gabriël toevoegde: 'Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood, Amen.'
Zo is het gebed ontstaan dat we een 'weesgegroet(je)' noemen. Dit gebed is later tevens een belangrijke rol gaan spelen in het rozenkransgebed.