De vergeving van zonden is een kernpunt van het christendom.
Volgens het christelijk geloof leeft ieder mens sinds de zondeval van nature in zonde, en bestaan er op aarde sindsdien geen louter "goede" mensen. Aangezien God volgens de bijbel echter een hekel heeft aan zonde, is er sinds de zondeval volgens de christenen dus een kloof tussen God en mensen ontstaan. Om weer een goede relatie met God te hebben, heeft een mens vergeving van zijn zonden nodig.
Volgens de Bijbel is de dood de straf die de mens verdient voor haar zonden. Vergeving kan echter plaatsvinden door Gods zoon, Jezus Christus. In analogie met het Oude Testament van de bijbel, waarin een lam (of een ander gezond dier) werd geofferd om vergeving voor zonden te krijgen, offerde Jezus zichzelf op. Doordat hij na drie dagen weer verrees uit de dood, was dit het teken dat hij de dood (en dus de straf op de zonde) had overwonnen.
Volgens het Evangelie naar Johannes, vers 1:29, is Jezus dan ook Het Lam Gods dat de zonde van deze wereld wegdraagt. Deze vergeving wordt niet verdiend door goede daden te doen, maar is het resultaat van Goddelijke genade voor iedereen die het gelooft en ernaar wil leven.