In het Oude Testament was het (of de) tabernakel (Latijn: tabernaculum, wat tent, hut betekent) de tent der samenkomst die de Israëlieten gebruikten voor de eredienst aan JHWH tijdens de woestijnreis zoals beschreven in Exodus en de 300 jaar erna in het land Kanaän. Het 'model' van het Tabernakel werd volgens het bijbelverhaal door JHWH zelf aan Mozes getoond op de berg Horeb. Mozes moest alles wat hij zag precies opschrijven en bekend maken aan de Israëlieten en dezen moesten dan precies aan de hand van de beschrijving het Tabernakel vervaardigen en opbouwen. Het bestond uit een verplaatsbare omheining waarachter het brandofferaltaar stond en een centrale tent. Hierin was een kubusvormige ruimte, het Heilige der Heiligen waar de Ark van het Verbond stond. Het brandofferaltaar was voor de dagelijkse offerdienst en was vrij toegankelijk. Het Heilige der Heiligen mocht maar eenmaal per jaar en alleen door de hogepriester betreden worden wanneer deze het zoenoffer bracht voor het gehele volk. Omstreeks het jaar 1000 v. Chr. nam de Tempel in Jeruzalem deze centrale functie over en werd de Ark hierin geplaatst. Waarschijnlijk werd het inmiddels eeuwenoude tabernakel hierin ook opgeborgen en zorgvuldig bewaard.