Het Nederlandse woord profeet is afgeleid van het Griekse woord prophètès. In die taal betekent het zoiets als "openlijk spreken", maar ook "voorspellen". Het gaat dan om mannen en vrouwen (profeten en profetessen) die in spreken en handelen een boodschap verkondigen waarvan de inhoud niet afkomstig is van henzelf, maar van een god of godin die zichzelf aan hen openbaar maakt. Dat kan een boodschap over verleden en heden, maar ook een boodschap met voorspellend karakter voor de toekomst zijn. Het woord wordt in de Griekse oudheid overigens ook gebruikt voor dichters en priesters, waarvan men geloofde dat ook zij op enigerlei wijze kennis konden verkrijgen door middel van wat wij inspiratie zouden noemen.