Petrus (Sint-Pieter) is een persoon uit het Nieuwe Testament en één van de twaalf apostelen van Jezus Christus. Hij geldt voor katholieken als de eerste paus. In kunst en iconografie is Petrus vrijwel altijd te herkennen aan een markante grijze baard en de sleutels van de hemel, die het petrusambt symboliseren.
Petrus was een visser op het meer van Gennesareth en heette hij oorspronkelijk Simon Barjona: zoon van Jona. Zijn broer Andreas leidde hem tot Jezus, die zijn prediking nog maar net was begonnen en van hem kreeg Simon zijn nieuwe naam Cephas of Petrus, ‘rots’. Hij begeleidde Jezus gedurende zijn hele openbare leven – geen andere apostel komt in het evangelie zo vaak voor – waarbij hij soms uit naam van alle apostelen het woord voerde, zoals in de centrale tekst over zijn zending, het zestiende hoofdstuk van Matteüs. Na de dood, verrijzenis en hemelvaart van Jezus Christus trad Petrus op als hoofd van Zijn leerlingen. Ten tijde van keizer Nero onderging hij de marteldood. Petrus vond zijn laatste rustplaats vlak bij het stadion van de Vaticaanse heuvel waar hij was gekruisigd. Petrus werd, volgens de traditie, op eigen verzoek ondersteboven gekruisigd, met het hoofd naar beneden, omdat hij zichzelf niet goed genoeg vond te sterven zoals Jezus.
Petrus speelde in de vroege kerk een centrale rol, die onder meer in de Handelingen beschreven en door de kerkvaders overgeleverd wordt. De overlevering vermeldt dat de stichting van de kerken in Rome, Antiochië en Jeruzalem op Petrus teruggaat. Voor het verblijf van Petrus in Rome reiken bronnen (naast de apostolische Handelingen) terug tot in het onmiddelijke na-apostolische tijdvak (o.m. De Eerste brief van Clemens aan de christenen van Korinte en de brief van Dionysius van Korinthe aan de christenen van Rome). Het standpunt jegens de authenticiteit van Petrus' verblijf in Rome wordt evenwel vaak beïnvloed door de houding ten opzichte van de legitimiteit van het katholieke petrusambt.
Het evangelie vermeldt Petrus als rots van de Kerk: "Gij zijt Petrus, en op deze Steenrots zal Ik Mijn Kerk bouwen en de poorten van de hel zullen Haar niet overweldigen. Ik zal U de Sleutels geven van het Koninkrijk der Hemelen, en wat Gij op Aarde bindt zal ook in de Hemel gebonden zijn, en wat Ge op Aarde ontbindt zal ook in de Hemel ontbonden zijn". (Mt.16, 18-19). Het is zijn opdracht om zijn broeders in het geloof te sterken ("Ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zou bezwijken; als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, sterk dan op jouw beurt je broeders.", Lc.22,32) en op te treden als herder van Christus' kudde ("Toen ze gegeten hadden vroeg Jezus aan Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief, meer dan de anderen hier?’ ‘Ja, Heer,’ zei hij, ‘U weet dat ik van U houd.’ Daarop zei Jezus: ‘Zorg dan voor mijn kudde." Joh. 21,15 e.v.).
De bijzondere rol van Petrus als bisschop van Rome werd al vroeg door de Apostolische Vaders en kerkvaders onderstreept, met name door Tertullianus, Clemens van Alexandrië, Irenaeus van Lyon, Ignatius van Antiochië, Cyrillus van Jeruzalem en Cyprianus van Carthago. Zij schreven aan de Romeinse bisschop een bijzondere verantwoordelijkheid voor de eenheid van de christenen toe (bijvoorbeeld in de strijd rond het Sabellianisme, het Marcionisme en schisma van Novatianus), die steeds werd verantwoord met het teruggrijpen naar Petrus. Op deze basis ontwikkelde zich in de kerk een ecclesiologische theologie van het petrusambt.
Algemeen wordt aanvaard dat het aediculamonument het grafmonument is van de apostel Petrus. Deze steen is door keizer Caligula uit het Egyptische Heliopolis geplunderd en in het circus geplaatst dat keizer Nero voltooide. De opschriften die in de roodgranieten steen zijn gebeiteld, werden ooit ter ere van de Romeinse keizers Augustus en Tiberius opgesteld.
Petrus heeft drie feestdagen. De belangrijkste is ‘Petrus en Paulus’ op 29 juni. Volgens de overlevering zijn beide apostelen op dezelfde dag en binnen hetzelfde uur gestorven. De bevrijding van Petrus wordt gevierd op 1 augustus met het feest van Sint-Petrus’ Banden. Op 22 februari wordt binnen de katholieke kerk het leergezag (ex cathedra) met het feest van Petrus’ Stoel gevierd.
Petrus is de patroonheilige van de abdijen van Bath en Berchtesgaden, van Bremen, Chartres, Keulen, Trier, Las Vegas, het bisdom Jackson, Köpenick, Worms, Lessen, Leuven, Oostende, Sint-Pieters-Rode, Leiden, Maastricht, Moissac, Naumburg, Regensburg, Rome, de Kerk, Umbrië, Sint-Petersburg, het bisdom Providence, Obermarsberg, het bisdom Philadelphia en Poznan en verder van de pausen, de bakkers, de slachters, de bruggenbouwers, de boetelingen, de metselaars, de glazeniers, de schrijnwerkers, de slotenmakers, de smeden, de loodgieters, de uurwerkmakers, bij de oogst, de zegelbranders, de steenkappers, de pottenbakkers, de schoenmakers, de netten- en doekenwevers, de vissers en de vishandelaars, de schippers, de scheepsbouwers en de schipbreukelingen, de jonge vrouwen, de rouwenden en de boetelingen, en tegen zinsverbijstering, slangenbeten, hondsdolheid, diefstal, voetpijnen, koorts, bezetenheid en vallen.
Het Nieuwe Testament telt twee brieven, die worden toegeschreven aan Petrus. Het betreft de Eerste brief van Petrus en Tweede brief van Petrus. Er is onenigheid over de vraag of een of beide brieven pseudepigrafisch zijn; naar gelang de opvatting over het auteurschap, worden beide brieven doorgaans gedateerd op ofwel rond 65 ofwel rond 100.
Het apocriefe evangelie naar Petrus is een kort passieverhaal, dat op sommige punten docetisch gedachtegoed bevat. Het eerste commentaar over deze apocrief dateert uit de 4e eeuw van Eusebius van Caesarea (die zich daarbij echter beroept op uitspraken van Serapion van Antiochië van rond 210). Bewaarde tekstfragmenten dateren uit de 6e en 8e eeuw. Het evangelie naar Petrus heeft tijdens de canonvorming van het Nieuwe Testament geen controverse rol gespeeld, het werd overwegend als niet-canoniek geschrift herkend.