Een mijter of mitra is het traditionele, ceremoniële hoofddeksel van bisschoppen en abten in de Rooms-katholieke Kerk, de Anglicaanse Kerk en de Orthodoxe kerken. Het maakt deel uit van de pontificalia. De moderne vorm bestaat uit twee stijve, gelijke delen met een (afgeronde) vijfhoekige vorm, uitlopend in een punt, samengenaaid aan de zijden en met twee flappen textiel aan weerszijden. Bij de Oostelijke mijter ontbreken deze flappen. De Oostelijker mijter vormt één geheel. De mijter is vaak voorzien van een kruis of "omgekeerde T-vorm".
De bekendste mijter is die van de paus, hoewel deze traditioneel een tiara draagt. Pas vanaf de twaalfde eeuw mochten kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders als bisschoppen en abten zich met dit hoofddeksel tooien. De oorsprong van dit hoofddeksel is zeer onduidelijk. Waarschijnlijk is de mijter ontstaan uit een Frygische muts, een oosterse hoofdbedekking die oorspronkelijk alleen door de paus gedragen werd. In elk geval kwam reeds voor de Middeleeuwen een soort van gevouwen hoofdbedekking voor bij bisschoppen in het Westelijk gedeelte van de Middellandse Zee.