De metten zijn onderdeel van het getijdengebed. Het woord 'metten' komt van het Latijnse woord 'matutinum', dat 'ochtend' betekent, maar de metten worden meestal 's nacht of de zeer vroege ochtendgebeden. (Het aanvangstijdstip varieert van ± 3h45 tot ± 6h15.) Omdat ze vaak ´s nachts gebeden worden, is tegenwoordig de term vigilie ("wake") in zwang, ook in de officiële boeken van de abdij van Solesmes.
De metten vormen het langste officie van het Rooms-Katholieke getijdengebed, en bestaan in hun meest originele versie uit twee nocturnen die bestaan uit elk zes psalmen en een langere lezing, de eerste uit de Bijbel, de tweede uit de kerkvaders. 's Zondags komt daar nog een nocturn van drie lofzangen uit het Oude Testament met een evangelielezing en het Te Deum bij. Hierbij moet worden aangetekend dat de metten in zeer veel kloosters worden ingekort, waarbij de nocturnen over twee weken worden verdeeld. In de standaard (lange) versie duren de metten op zijn minst anderhalf uur, meestal langer.