De Nederlandstalige term Messias is afgeleid van de stam mashach, een Hebreeuwse woord dat bijna altijd verwijst naar de inwijding van objecten door middel van zalfolie. Het werkwoord wordt gebruikt voor de heiliging van objecten zoals de Tabernakel Het zelfstandig naamwoord mashiach wordt echter alleen gebruikt voor individuen. Etymologisch betekent de Messias de Gezalfde. De Hebreeuwse term Messias en de Griekse term Christus zijn synoniemen. Deze titel wordt in het zogeheten Oude Testament of in de Hebreeuwse Bijbel voor verschillende personen gebruikt, zoals profeten, priesters en koningen.
In het jodendom is de messias een leider die een messiaanse periode van vrede en welvarendheid voor Joden en andere volkeren gaat inluiden. De persoon in kwestie zou afstammen van koning David en het leiderschap van zijn koningshuis herstellen. Verschillende keren in de geschiedenis zijn er onder de Joden mannen opgetreden die aanspraak op de titel van messias maakten, maar in geen van deze gevallen werd zo'n claim langdurig gesteund binnen het jodendom. Een dergelijke messias was bijvoorbeeld Simon bar Kochba, leider van de tweede Joodse opstand (rond 135).
In het christendom gelooft men dat de Messias is gekomen in de persoon van Jezus Christus (Christus betekent ook 'gezalfde', maar dan in het Grieks), die dan ook de Zoon van God is en eveneens zelf God. De term 'Messias' wordt dan ook vaak gebruikt om Jezus aan te duiden. De titel is geworteld in Joodse verwachtingen van een persoon die van God de volmacht heeft ontvangen om een centrale rol te spelen in de eindtijd
Volgens de islam is Isa (Arabisch voor Jezus) al-masih (de Messias), waaronder men verstaat dat hij ten hemel is gevaren en terug zal komen om de komst van Ahmed (Mohammed) te verkondigen en de rest van zijn leven af te maken (De islamitische profeet Jezus/Isa zou ten hemel gevaren zijn want een ander hing in zijn plaats aan het kruis). Het inluiden van het laatste der dagen wordt door Mohammad al-Mahdi gedaan.