De mennonieten zijn de oudste doperse kerk. Ze zijn vernoemd naar de Friese priester Menno Simons, rond 1540. Hij was een katholieke priester totdat hij zag dat een baptist werd neergeslagen om zijn geloof. Vanaf dat moment werd hij een belangrijk voorvechter van de Doperse stroming. Deze kerk heeft zich goed verspreid, maar heeft zijn invloed vooral doen gelden via de Engelse variant de baptisten. Zij zijn tegenwoordig de grootste Doperse kerk.
De mennonieten zijn vergelijkbaar met de Amish, een strenge sobere levensstijl wordt nagestreefd. Dit betekent dat muziek, sport, dansen, kunst en dergelijke niet zijn toegestaan. Techniek wordt maar mondjesmaat toegelaten in deze gemeenschappen, elektriciteit is niet toegestaan en men verplaatst zich met paard en wagen. Trekkers en andere machines worden alleen voor nuttige toepassingen gebruikt en zeker niet om te reizen. Dit omdat de Mennonieten altijd de keuze willen hebben om totaal zonder techniek te leven, en er niet afhankelijk van te worden. De kinderen leren op school alleen bijbelkennis en rekenen, lezen en schrijven, de mensen in deze gemeenschappen hebben dus geen kennis van geografie en geschiedenis. Ze spreken onderling Dietsch, de mannen kennen vaak wel de lokale taal de vrouwen niet. Dit om de drempel te verhogen om de gemeenschap te verlaten. Aangezien de gemeenschappen erg geïsoleerd liggen en contact met de buitenwereld schuwen is inteelt een groot probleem. De meeste gemeenschappen liggen in Zuid- en Midden-Amerika.