De Maagdelijke Geboorte van Jezus-Christus is een belangrijke leerstelling in het christendom. Ze wordt vaak verward met de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. De maagdelijke geboorte van Jezus wordt vanzelfsprekend op Kerstmis gevierd. De maagdelijke geboorte betekent in engere zin dat Jezus zonder toedoen van een man uit Maria is geboren. In bredere en katholieke zin gaat zij niet alleen uit van de maagdelijkheid van Maria voor en tijdens de geboorte van Jezus, maar ook na de geboorte.
In de twaalf artikelen (geloofsbelijdenis der apostelen), een van de oudste christelijke geloofsbelijdenissen, wordt de maagdelijke geboorte voluit beleden. Ook in de Bijbel komen we de gedachte van de maagdelijke geboorte tegen. In Lukas 1 vers 35 wordt gezegd dat Jezus geboren zal worden doordat de Heilige Geest over Maria zal komen en doordat de kracht van de Allerhoogste Maria zal overschaduwen.
De maagdelijke geboorte van Jezus werd reeds in de 2e eeuw in een geloofsverklaring vastgehouden en is daarmee al vóór het vastleggen van de Apostolische geloofsbelijdenis bestanddeel van de geloofsleer. Op de concilies van Nicea (325) en Constantinopel (381) krijgt de maagdelijke geboorte haar definitieve plaats in de katholieke geloofsbelijdenis. Tegenwoordig wordt zij door vrijwel alle kerken onderschreven.
De blijvende maagdelijkheid van Maria wordt door de katholieke en oosters-orthodoxe kerken onderschreven. Zij baseren dit enerzijds op de traditie (met name de zienswijze van kerkvaders uit de eerste eeuwen zoals Origenes) en anderzijds op enkele apocriefen. De blijvende maagdelijkheid van Maria (dus ook na de geboorte van Jezus) wordt door de protestante kerken doorgaans niet onderschreven omdat dit niet in de Bijbel expliciet gesteld wordt.
Verschillende modernistische c.q. moderne theologen verwerpen de maagdelijke geboorte van Jezus op grond van schrift-kritische bijbelonderzoek en eigen uitleggingen. Zo stelt de protestantse theoloog Hendrikus Berkhof in zijn handboek Christelijk Geloof dat de mededelingen in Lukas 1 niet historisch zijn (Chr. Geloof pag. 291). Volgens Berkhof wordt nergens elders in het Nieuwe Testament over de maagdelijke geboorte gesproken. Hij ziet het als een latere verrijking van de overlevering, die volgens hem niet terecht zou zijn. In het historisch-kritisch bijbelonderzoek wordt over het algemeen de stelling van de maagdelijke geboorte als biologisch fenomeen, net als de meeste wonderen uit het Nieuwe Testament, geproblematiseerd. Theologen, die aan het historisch-kritisch onderzoek groot belang hechten, duiden de maagdelijke geboorte dikwijls symbolisch als het onderstrepen van de goddelijke oorsprong van Jezus. Ook in deze zin is de op de overlevering gebaseerde maagdelijke geboorte voor veel gelovigen van essentieel belang, volgens deze opvatting. Tegenstanders van deze benadering brengen echter in, dat ook het consequent afwijzen van wonderlijke en onwaarschijnlijke gebeurtenissen, zoals bij de historisch-kritische methode gebeurt, objectiviteit van onderzoek evenzeer uitsluit als blind religieus fanatisme dat doet.