Irenaeus van Lyon (ca. 140 - ca. 202) is de eerste grote theoloog en en kerkvader van de christelijke kerk, na de periode van de apostelen. Zijn betekenis voor de vroeg-christelijke kerk is heel groot geweest. Zijn formulering van de verzoeningsleer werd later, bij het concilie van Nicea tot grondslag van het christendom uitgeroepen. Ook de door hem opgestelde geloofsbelijdenis werd toen grotendeels overgenomen. Onder protestantse theologen wordt hij vaak beschouwd als degeen die het zuivere christendom zou hebben beschreven, waar de Rooms-katholieke Kerk dan later van zou zijn afgedwaald. Zijn werken zijn vooral van belang om de situatie van de vroege christenen te bestuderen en om zijn (deels erg subjectieve) beschrijving van de onorthodoxe (volgens hem ketterse) christenen. Tot voor de vondst van de Nag Hammadi-geschriften goldt Irenaeus als de belangrijkste bron van kennis over de door hem fel bestreden gnostiek.
Irenaeus is afkomstig uit Klein-Azië (het huidige Turkije) en is een leerling van Polycarpus.