Het kerkelijk huwelijk is binnen de christelijke traditie een verbintenis tussen een man en een vrouw die bezegeld wordt in het bijzijn van God en zijn gemeente of gemeenschap. In de Rooms-katholieke Kerk is het huwelijk zelfs een sacrament.
Binnen de protestantse kerken wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als een inzegening van datgene wat eerder al in het gemeentehuis heeft plaatsgevonden. Binnen de Rooms-katholieke kerk wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als gelijkwaardig aan het burgerlijk huwelijk. Men spreekt dan ook wel van overtrouwen. In sommige landen, zoals Ierland, is er geen sprake van een scheiding tussen burgerlijk en kerkelijk huwelijk, en wordt een huwelijk gewoon altijd in een kerk gesloten. Ook in de Middeleeuwen bestond er geen apart burgerlijk huwelijk. Ook in Spanje en Portugal is het kerkelijk huwelijk rechtsgeldig.
In Nederland bepaalt het Burgerlijk Wetboek (Boek 1, artikel 68) en het Wetboek van Strafrecht (Artikel 449) dat geen kerkelijk huwelijk voltrokken mag worden zonder een voorafgaand burgerlijk huwelijk : Geen godsdienstige plechtigheden zullen mogen plaats hebben, voordat de partijen aan de bedienaar van de eredienst zullen hebben doen blijken, dat het huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken. (Boek 1, artikel 68). Overtreding van deze wet wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Gezien de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor partners van hetzelfde geslacht (homohuwelijk (2001)) en het juridische alternatief in de vorm van het geregistreerd partnerschap (1998) zijn steeds meer christenen (en niet-christenen) het oneens met deze bepaling die zij als een vorm van discriminatie beschouwen en tevens een onaanvaardbare inmenging van de staat in hun godsdienst.
De situatie in België in deze materie is gelijkaardig aan de Nederlandse. In België is het zelfs de Grondwet die bepaalt dat een kerkelijk huwelijk niet mag gesloten worden zonder burgerlijk huwelijk : Het burgerlijk huwelijk moet altijd aan de huwelijksinzegeing voorafgaan, behoudens de uitzonderingen door de wet te stellen, indien daartoe redenen zijn. (Artikel 21)
Hoewel steeds vaker het burgerlijk huwelijk openstaat voor homoseksuelen en lesbiennes, is het vooral in de Oosters-orthodoxe en Rooms-katholieke kerken verboden zulke verbintenissen in te zegenen. Liberale protestanten en anglicanen staat een inzegening wel vaak toe, rechtzinniger gereformeerden veelal niet.