De Gereformeerde Gemeenten (GG), in het verleden de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika genoemd, zijn een kerkgenootschap met ruim 100.000 leden. In Nederland is het in omvang het derde kerkgenootschap (na PKN en Gereformeerde Kerken vrijgemaakt) in de gereformeerde gezindte. Het ledental neemt toe met zo'n 800 personen per jaar.
De leden van deze kerk worden in de literatuur ingedeeld bij de bevindelijk gereformeerden.
De voorlopers van de Gereformeerde Gemeenten waren de Gereformeerde Kerken onder het Kruis, ontstaan uit de Afscheiding van 1834. Deze hadden een sterk bevindelijk karakter. Zij worden de "kruisgezinden" genoemd. Daarnaast waren er in de 19e eeuw ook volgelingen van ds. L.G.C. Ledeboer. Zij worden de "Ledeboerianen" of Ledeboeriaanse gemeenten genoemd. In de 20e eeuw zijn deze "kruisgezinden" en "ledeboerianen" verenigd tot de Gereformeerde Gemeenten (GG). Onder leiding van Ds. G.H. Kersten, die ook oprichter was van de SGP, kwamen in 1907 de Gereformeerde Gemeenten tot stand. Daarnaast zijn er ook de Oud-Gereformeerde Gemeenten (OGG).
In 1953 ontstond er een scheuring in de Gereformeerde Gemeenten over het onderwerp: "aanbod van genade". Onder leiding van dr. C. Steenblok ontstond de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN). De GGiN is een kleiner, orthodox-gereformeerd kerkgenootschap met circa 20.000 leden en doopleden. Binnen de Gereformeerde Gemeenten spreekt men ook wel over "de Uitgetredenen".
Deze kerken worden doorgaans, enigszins badinerend, de 'Zwarte-kousenkerken' genoemd. Ze zijn traditioneel ingesteld. Vele leden van de Gereformeerde Gemeenten stemmen SGP en zijn maatschappelijk actief op allerlei terrein. De Gereformeerde Gemeenten houden vast aan het absolute gezag van de Bijbel op alle terreinen van het leven. Ook heeft men de gereformeerde belijdenis. Deze ligt vast in de zogenoemde formulieren van enigheid. Daarnaast oriënteert men zich sterk op de theologie uit de tijd van de Nadere Reformatie.
Sinds een aantal jaren is er wel een kentering waarneembaar en dan met name binnen de jeugd. Velen vragen zich af of er niet teveel regels en wetten zijn verzonnen die meer gebaseerd zijn op persoonlijke beleving/ervaring dan dat men het werkelijk op de Bijbel gebaseerd heeft. De verwachting is dat deze stroming steeds sterker zal worden.
In de leer en de prediking van de Gereformeerde Gemeenten en de aanverwante kerken worden de volgende zaken benadrukt:
het gezag van de Bijbel: de Bijbel is van kaft tot kaft Gods onfeilbare woord; de onbekwaamheid van de mens om tot Gods eer te leven; daaruit voortvloeiend de noodzaak van wedergeboorte en bekering en persoonlijk geloof in Christus; de weg waarin de Heilige Geest deze zaken werkt, en hoe de gelovige dit persoonlijk beleeft (ook wel bevinding genoemd); het leven in Christus: de christen ervaart zichzelf steeds meer als nietig en onwaardig, en ziet vandaaruit steeds meer heerlijkheid in God en Christus. Wie de opleiding tot predikant wil volgen, moet zich melden bij het curatorium, welke één keer per jaar vergadert. Alleen mannelijke leden kunnen zich daar aanmelden en deze moeten doorverwezen zijn door de kerkenraad van de gemeente waar ze lid zijn. Het curatorium vraagt naar genadestaat en roeping tot het ambt. Als deze positief uitvalt, wordt de kandidaat toegelaten tot het volgen van de lessen aan de Theologische school, welke reeds vele jaren aan de Boezemsingel te Rotterdam is gevestigd. Deze opleiding wordt door de kerk bekostigd en predikanten uit de Gereformeerde gemeenten geven er les. De toelating wordt geregeld bekritiseerd. Predikanten moeten beslissen over de toelating van toekomstige predikanten. Het komt geregeld voor dat leden door de plaatselijke kerkenraad worden doorgestuurd, terwijl deze op het curatorium worden afgewezen.
In 2007 zal het 100 jaar geleden zijn, dat de kerk ontstond. Er is een zendingsorganisatie, de Zending Gereformeerde gemeenten (ZGG), een Jeugdbond, de Jeugdbond gereformeerde gemeenten (JBGG) en daarnaast nog vele georganiseerde bonden.