Evangelie komt van het Griekse woord euaggelion dat 'goede (blijde) boodschap' betekent. De term evangelie wordt vooral gebruikt in het christendom. Een evangelie is daar een beschrijving van het leven van Jezus Christus. Het Nieuwe Testament van de bijbel bevat vier van deze evangeliën:
Evangelie naar Mattheus Evangelie naar Marcus Evangelie naar Lucas Evangelie naar Johannes. Het woord evangelie wordt ook in de verwante betekenis gebruikt van 'de heilbrengende boodschap van de bijbel'.
In sommige christelijke kerken schijnt bij elke dag van het jaar een lezing uit een van de evangeliën gedaan te worden. Kort wordt zo'n evangelielezing ook wel evangelie genoemd, hoewel het altijd slechts een klein stuk betreft uit een van de vier bijbelse varianten. Afhankelijk van het jaar komen de evangelielezingen voornamelijk uit de beschrijvingen van Mattheüs, Marcus of Lucas; men spreekt over het Mattheüsjaar, Marcusjaar of Lucasjaar. Uit het evangelie volgens Johannes worden elk jaar enkele karakteristieke verhalen gelezen. Johannes' schrijfstijl is moeilijker te begrijpen, doordat hij veel meer beeldspraak gebruikt dan de drie eerder geschreven andere evangeliën.
Daarnaast wordt met het evangelie in bredere zin de inhoud van de boodschap van Jezus en de theologische implicaties van zijn leven, sterven en opstanding bedoeld.