Eva is volgens de Bijbel de eerste vrouw die door God werd gemaakt, uit een rib van de eerste man, Adam. Eva betekent in het Hebreeuws dan ook de leven gevende, zij is met andere woorden de stammoeder van het mensengeslacht.
Volgens een oude Hebreeuwse legende was Eva een meisje dat met dieren kon praten. Ze woonde in een vallei in een onbekend gebied en leefde daar met van elke diersoort één (een soort ark van Noach). De legende vertelt dat Eva met deze dieren kon communiceren door middel van gezang. Een variant is dat ze op een holle boomstam klopte en dat alle dieren dan hun oor aan de grond legden en via de grond konden verstaan wat Eva tegen hen zei. Het verhaal gaat dat Eva de verdrinkingsdood stierf toen ze een zwarte hond wilde redden. Een interpretatie hiervan is dat de zwarte hond de duivel voorstelt en Eva een engel. Maar een ander verhaal vertelt juist dat Eva weigerde de zwarte hond uit een wildstromende rivier te redden en als straf aan haar einde kwam door er zelf in te vallen.