Elisa is een profeet waarover geschreven staat in de Hebreeuwse Bijbel. Hij is de opvolger van de profeet Elia. De levensloop van Elisa is met name terug te vinden aan het einde van het Bijbelboek 1 Koningen en voor de rest in het Bijbelboek 2 Koningen.
(אלישע "Mijn God is redding", Standaard Hebreeuws Elišaʿ, Tiberiaans? Hebreeuws ʾĔlîšaʿ) was de zoon van Shaphat uit Abel-meholah; hij werd de dienaar en volgeling van Elia (1 Koningen 19:16-19). Zijn naam komt het eerst voor in de opdracht aan Elia om hem tot opvolger te zalven.
Op zijn weg van Sinaï naar Damascus treft de profeet Elia hem aan terwijl hij met de runderen het land ploegt. Hij roept Elisa door zijn mantel over diens schouders te gooien. Hij neemt hem aan als zoon en roept hem tot het profetenambt.
Gedurende twaalf jaar horen we weinig over Elisa, tot het overlijden van Elia. Hierna wordt gezegd dat hij 'een dubbel deel' van de geest van Elia heeft gekregen en wel omdat hij de wonderbaarlijke hemelvaart van Elia heeft mogen aanschouwen. Hij heeft de leiding van de profetenschool in Jericho, redt Samaria en Dothan van een Syrische belegering, en geneest de Syrische generaal Naäman van melaatsheid. Hij zalft Hazaël tot koning over Syrië en Jehu tot koning over Israël.
Jaren later, op zijn sterfbed, komt koning Joas, de kleinzoon van Jehu, om te rouwen over zijn naderende einde. Elisa spreekt tot hem dezelfde woorden als Elia bij zijn dood: "Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël!"
Volgens 2 Koningen 13:20-21 werd een jaar na zijn begrafenis 13:20-21 het lichaam van een overleden man 'weer levend toen het diens beenderen aanraakte'.
In de Koran komt Elisa voor als al-Yasa.