Het doopsel of doop is binnen het christendom het sacrament van de christelijke initiatie. Op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament komen we de gedachte van de doop tegen. De meest bekende plaats in de Bijbel is Mattheüs 28 vers 19.
De doop bestaat uit een onderdompeling in, begieting met of een besprenkeling met water. Binnen de kerkelijke richtingen waar uitsluitend volwassendoop wordt toegepast wordt meestal de onderdompeling gebruikt. In de kerken waar de kinderdoop wordt gepraktiseerd overgiet men eerder of wordt het kind besprenkeld. Toch worden binnen bijv. de Grieks-orthodoxe Kerk baby's volledig ondergedompeld. In vroeger tijden geschiedde het doopsel ook binnen de katholieke Kerk en andere kerken door algehele onderdompeling. Door de kinderdoop maakte dit gebruik vaak plaats voor overgieting van het hoofd van de dopeling.
Het woord 'doop' in het Nieuwe Testament is in het Grieks 'baptisimo', hetgeen volledig onderdompelen of wassen betekent. In het Latijn en in het Credo van de apostolische Kerk leest men dan ook baptisma.