Het kerkelijk Concilie van Trente (1545-1563) had als doel de misstanden en misbruiken binnen de Rooms-katholieke Kerk aan te pakken. Er moest duidelijkheid geschapen worden omtrent de door de protestanten betwiste geloofspunten.
Het concilie werd in het Noord-Italiaanse Trente bijeengeroepen door paus Paulus III (1545), voortgezet door Julius III (1551) en door Pius IV bekrachtigd (1563).
Centraal stonden verdieping en verinnerlijking, de juiste formulering van de theologische opvattingen (met nadruk op het absolute gezag van de paus) en het bepalen van de houding ten opzichte van de reformatie.
Het Concilie had tot bedoeling de rol van de Kerk als grote civilisator en wetgever te benadrukken. Het formuleerde de opvattingen en de dogma's die voortaan de inhoud van het katholieke geloof zouden uitmaken. De Kerk greep daarvoor terug naar de nieuwe spiritualiteit zoals die sinds het einde van de 15e eeuw leefde in de zogenaamde 'katholieke Reformatie' en bijvoorbeeld door de grote Spaanse mystici Juan de la Cruz en Theresia van Avila midden 16e eeuw werd verwoord.
Enkele realisaties en besluiten van het concilie:
Vaststelling van de canon van de Bijbel, de lijst van gewijde boeken (= Heilige Schrift; Oude en Nieuwe Testament). De openbaring bestaat enkel uit de Heilige Schrift en de kerkelijke traditie. De Vulgata, de Latijnse bijbelvertaling, wordt voor de Rooms-Katholieken tot standaardtekst van de Heilige Schrift verklaard. De geloofswaarheden van de erfzonde, de zaligmaking, de 7 sacramenten, de aflaten, de heiligenverering en het vagevuur worden opnieuw verduidelijkt en bevestigd. Het Latijn is de enige liturgische taal. Geestelijken krijgen een verbod op cumulatie van kerkelijke ambten, hebben residentieplicht en moeten het celibaat respecteren. Priesters moeten een betere opleiding krijgen in de daartoe verplicht in elk bisdom op te richten seminaries. Gelovigen worden onderricht via de catechismus en door prediking. Het huwelijk moet gesloten worden in een kerk ten overstaan van een priester en getuigen na drievoudige aankondiging, en vervolgens worden vastgelegd in een huwelijksregister. De besluiten van het concilie waren er duidelijk op gericht de positie van de Rooms-katholieke Kerk te bepalen ten opzichte van de protestanten. Zodoende kan men dit concilie beschouwen als het hart van de zogenaamde contrareformatie. De besluiten van dit concilie hebben tot op de dag van vandaag geldingskracht in de Rooms-katholieke Kerk, al hebben de latere concilies wel accentverschuivingen gelegd.
Op het concilie werden de protestanten 126 maal vervloekt (officieel heet dit "Anathema Sit" = In de ban is hij). Daarbij moet wel worden aangetekend dat niet alle kritiekpunten van de protestanten door dit concilie werden verworpen. Later werd de relatie met de protestanten weer beter, wat onder meer uitmondde in wederzijdse dooperkenning.
De Kerk slaagde er in – dank zij het Concilie van Trente – haar grote morele en intellectuele invloed te behouden in de landen die katholiek waren gebleven.